Proloog (roman in wording).

 

M

et het bestijgen van het opstapje naar het podium brulde het publiek. Jack Paalvast zag dat de zaal van muur tot muur gevuld was met opgestoken handen, duimen en devil horns. Het was onvoorstelbaar waartoe zijn leugens hem hadden geleid. Wie was hij, een vaderloze zoon en het ongewenste kind van een prostituee, om zo toegejuicht te worden.

De belichting van rood en geel brandde in zijn nek. Op de treden stapte hij zijn schaduw het liefst kapot. Ginder, op de eerste rij, zag hij twee meisjes huilen met ieder een pak tissues op hun schoot. Jack Paalvast schudde zijn hoofd met lange haren. Het was een zenuwtik om gedachten te verdringen. Dit was onwaar, vuil en een foutieve samenloop van omstandigheden. Deze hele situatie waarin hij zich bevond zou niet mogen bestaan. Hij zou het trapje moeten afdalen, de zaal moeten inlopen en voor de eerste rij op zijn blote knieën de confessie moeten doen dat hij niets meer was dan een charlatan. Maar hij deed het niet. ‘Nog een minuut,’ riep zijn assistent in zijn oor, met als toevoeging; ‘de zaal wordt gek!’

Paalvast onderdrukte een braakneiging, een vuistslag richting zijn assistent en een vluchtroute naar de dichtbijzijnste nooduitgang. Hij was niet iemand die goed kon ‘copen’ met de druk van verwachting op zijn schouders. Hij was nooit iemand geweest. Überhaupt had niemand ooit de verwachting gehad dat hij ooit iets zal worden. Een zwerver, een junk of op zijn minst een werkeloze, dat was de maatschappelijke, en tevens zijn eigen projectie van zijn pad des levens.

‘Nog 30 seconden.’

Jack Paalvast kneep zijn vuist samen en prevelde de tekst uit één van de folders vanuit de psychische hulpverlening. Dit was hij, de jongen die vroeger blowde onder schooltijd. Die geen toekomst had. Die achterbleef en wegkwijnde in kraakwoningen, terwijl hij zijn broer en vrienden zag opgaan in hun eigen geluk. Dit was hij die, nadat hij jaren later, wonderbaarlijk, toch stabiel gesetteld met een gezin, alles verloor. Jack Paalvast was hier, aan de vooravond van zijn moment suprême, zijn bij elkaar gelogen magnum opus, beschroomd, benepen en bovendien onvoorbereid, in het kort gezegd niet op zijn plaats.
Met zijn laatste stappen richting het podium gingen er alarmbellen rinkelen die een slechte afloop verrieden. Zijn uitgeleefde Nokia begon te trillen (wat zelden gebeurde), er ontstond tumult bij de ingang van de al veels te volle zaal, de techniek haperde, waardoor zowel de belichting als de muziek vaker niet dan wel waarneembaar was. Paalvast sloeg nauwelijks achting op deze punten. Met zicht op een laatste kans om iets van zijn leven te maken wierp hij alle morele vraagstukken terzijde, en gaf hij zich over aan de volle lading van de opeengestapelde consequentiële gevolgen die zijn slinkse levensjaren bij elkaar leken te hebben verzameld. Jack Paalvast, zich volledig bewust van zijn despotische stijl van leven, kon niet anders. Hij ging zijn toekomst tegemoet zoals hij zijn leven had geleefd; het was alles of niets.

Comments are closed.